|
Vanuit het hoofdkantoor in Amsterdam is de internationale Sparloot van
het bedrijf uitgezaaid over 33 landen met in totaal 15.000 winkels. De
groene spar komt de argeloze Nederlander overal ter wereld tegen. Dichtbij
in Duitsland, Oostenrijk en België, maar ook in Zuid-Afrika en China.
Met recht kan de Spar zeggen dat zij de grootste 'kruidenier' ter wereld
is. De winkeliers waren geheel zelfstandig en konden gemakkelijk op nieuwe
ontwikkelingen in spelen. Daardoor kwamen zij sterk uit de Tweede Wereldoorlog,
beter dan de filiaalhouders van Albert Heijn en De Gruyter. De jaren 1950
en 1960 lieten een enorme groei zien. Maar de grossiers hadden moeite
om met elkaar samen te werken en na 1985 kwam de Spar in handen van Schuitema,
die de winkels liet ombouwen tot C1000, en van Unigro. Pas in 2001 wist
de Spar weer zelfstandig te worden onder de vleugels van de Sperwergroep.
Nu werken ongeveer 320 zelfstandige winkeliers hard aan de ontwikkeling
van hun kleinere of middelgrote Spar supermarkten, in nauwe samenwerking
met hun Sparorganisatie. Vanuit het hoofdkantoor in Amsterdam is de internationale
Sparloot van het bedrijf uitgezaaid over 33 landen met in totaal 15.000
winkels. De groene spar komt de argeloze Nederlander overal ter wereld
tegen. Dichtbij in Duitsland, Oostenrijk en België, maar ook in Zuid-Afrika
en China. Met recht kan de Spar zeggen dat zij de grootste 'kruidenier'
ter wereld is.
Op initiatief van
de zoon van oprichter Adriaan van Well is 75 jaar Spar in een prachtig
geïllustreerd en vormgegeven boek samengebracht. Ruim 180 pagina's
in de Sparkleuren groen en rood geven in woord en beeld een verslag van
de ontwikkelingen van een organisatie waarin winkeliers samenwerken met
hun grossiers, in een tijd dat de winkel met toonbank langzaam plaats
maakte voor de supermarkt. En de Klant bleef Koning. Het
boek ziet er zeer verzorgd uit en leest prettig. Er is gekozen voor een
wat groter lettertype, wat het lezen ook voor ouderen een stuk aangenamer
maakt. In het eerste deel van het boek (1932-1950) duiken de auteurs in
de ontstaansgeschiedenis van de buurtsuper. Op een van de foto's zien
we de heer van Well trots voor een GMC-vrachtwagen van de Spar poseren.
Deel 2 bespreekt de periode 1950- 2007. Doordat hierbij een aantal mensen
geïnterviewd zijn, heeft het tweede deel van het boek een ander karakter
dan deel 1. De vele afbeeldingen van winkelpanden, levensmiddelen en advertenties
uit deze periode spreken erg tot de verbeelding en roepen vele malen de
herinnering aan toen op.
Uiteraard is het onmogelijk
de volledige historie van de Sparhistorie in een boek te beschrijven.
Auteurs hebben zich daarom beperkt tot het grossiersbedrijf van van Well,
en het ontstaan van de landelijke en internationale Spar. Het hele boek
ademt echter de sfeer van een vrijwillig filiaalbedrijf, waarbij de trots
en enthousiasme van de winkeliers steeds weer opvalt. Grappig detail is
dat juist nu het boek is verschenen er weer vergevorderde plannen zijn
een aantal Sparfilialen te openen op het platteland waar de vraag naar
de buurtsuper steeds groter wordt nu bijna alle kleine zelfstandigen door
de prijzenoorlog zijn verdwenen.
Zeker gezien de vriendelijke
prijs van € 22,50 haalt u voor weinig geld een stuk historie in huis
dat zeker in elke boekenkast hoort van iedereen die een band heeft met
het verleden. Ook al spreekt de Spar u minder aan omdat u uw boodschappen
altijd bij de Centra, Vivo of Vendet haalde, dat is het boek een tijdmachine
terug naar de jaren dat geluk nog heel gewoon was. Hieronder treft u nog
een aantal illustraties aan, deels uit het boek en
deels uit eigen archief van uw recensent.
| Ruurd
Berendes |
  |
Het boek '75 jaar
Spar, van Zegwaart tot Beijing' is te verkrijgen bij de Zoetermeerse boekhandel,
in het Stadsmuseum en bij het Historisch Genootschap Oud Soetermeer, ook
via Historisch Genootschap Oud Soetermeer www.oudsoetermeer.nl,
info@oudsoetermeer.nl en bij
Ton Vermeulen, een van de auteurs), info@fluitschip.nl,
tel. 06-23 27 98 68.
Hieronder een samenvatting
geschreven door de auteurs van het boek zelf.
75 jaar SPAR, samenvatting
Het Hollandse tweelingdorp
Zoetermeer-Zegwaart stond rond 1930 vooral bekend als boterdorp. Een zestigtal
boterboeren reisden de omliggende steden af om huis aan huis hun zuivel
te verkopen. Volgens de stedelingen lag het dorp er idyllisch bij: een
wereld waar je even op adem kon komen, zonder moorddadige automobielen
en motorfietsen en met geboende stoepjes en hagelwitte gordijntjes voor
de ramen. Toch had het dorp al 4500 inwoners en een groot aantal mensen
werkte in de handel en de nijverheid. Een van die handelaren was grossier
in levensmiddelen Adriaan J.M. van Well. Zijn opa had zich al in 1880
in Zegwaart gevestigd en breidde zijn handel in wijn en gedistilleerd
uit met kruidenierswaren. Zoon Louis nam in 1894 de zaak over en blijkbaar
boerde hij zo goed dat er geld beschikbaar kwam voor andere investeringen:
woningen, pakhuizen in Rotterdam en zelfs een aardewerkfabriek in Hazerswoude
langs de Oude Rijn. Uiteindelijk moest hij in de jaren 1920 alle bezittingen
verkopen. De winkel en groothandel gingen over naar zijn zoon Adriaan.
Misère
Adriaan J.M. van Well trouwde als 1,82 meter lange 26-jarige met Bertha
Wubben. Haar vader had de middelen om de droom van zijn schoonzoon te
laten uitkomen, namelijk de grossierderij uitbouwen. Een jaar na hun huwelijk
begon in 1926 de bouw van een groot pakhuis achter op het erf van hun
woonhuis en winkel aan de Dorpsstraat in Zegwaart. De beurskrach van 1929
veranderde echter de positieve kijk op de economie. De werkloosheid steeg,
de omzetten van zijn klanten de kruideniers daalden. Het grootwinkelbedrijf
en de coöperaties groeiden snel en namen bij hem geen goederen af.
Veel zelfstandige kruideniers kochten soms bij zes grossiers, vaak op
de pof, en tweewekelijks voor niet meer dan fl. 16. Adriaan liet zich
wel eens ontvallen: 'Van de ene helft van mijn klanten kan ik niet slapen,
omdat ze niet betalen. Van de andere helft kan ik niet eten, omdat ze
zulke lage prijzen bedingen'.
Vrijwillig filiaalbedrijf
Adriaan zocht andere wegen om het hoofd van zijn klanten en daarmee de
zijne boven water te houden. Gefascineerd was hij door Henry Ford die
samenwerkte met dealers en tegelijk een goede service kon geven, maar
de levensmiddelenbranche zat anders in elkaar. De oplossing kwam toen
hij in een artikel van J. ten Doesschate las over de 'voluntary chains',
de vrijwillige filiaalbedrijven, waarvan de IGA in de USA het grote voorbeeld
was. Grossiers en kruideniers werkten daarbij samen: gezamenlijke inkoop,
lagere kosten en meer tijd voor de verkoop. Na eerst een vragenlijst aan
zijn belangrijkste klanten te hebben gestuurd, nodigde Adriaan van Well
ze op een avond uit. Zestien van hen werden overgehaald samen te gaan
werken met hun grossier en op 1 juli 1932 was De Spar geboren.
Groei tegen de
verdrukking in
De eeuwig groene spar stond voor de voorspoed van organisatie en haar
leden, maar zo eenvoudig ging het niet in het begin. Collega-grossiers
zagen Van Well als verrader en Adriaan en de grossiers die meegingen in
De Spar werden uit de Grossiersbond geweerd. Fabrikanten luisterden naar
de andere grossiers, vreesden een nieuw machtsblok en weigerden produkten
te leveren. Maar tegen alle tegenwerking in stegen de omzetten van de
Spargrossiers en het aantal leden-kruideniers werd groter. De besturen
van de diverse rayons, waar een grossier de leider was, kweten zich gewetensvol
van hun taken, maar enthousiast werden ze vooral als ze zich bezighielden
met belangrijk onderdeel van hun kruideniersvak, namelijk inkopen. Onder
het genot van een sigaar werd langdurig vergaderd over de beste en goedkoopste
lucifers, Patria en Victoria kaakjes, Koopmans meel, Persil en Dobbelmanzeep,
haringen en Sunlight. Unilever was de kwaaie pier in de jaren 1930: die
had zich erg negatief opgesteld en had bovendien ook nog eigen winkels,
waardoor de meeste Sparbestuurders geen goederen van Unilever wilden betrekken.
De winkeliers werden telkens aangespoord in te kopen bij De Spar, gezamenlijke
reclame te voeren en De Spar uit te dragen. Het grootwinkelbedrijf als
De Gruyter en Albert Heijn werd daarbij gezien als de gevaarlijke concurrent
voor de zelfstandige kruideniers.
Samenwerkende grossiers
Al snel na de oprichting sloten zich andere grossiers bij Van Well aan,
totdat bijna heel Nederland met uitzondering van Limburg door veertien
rayons werd gedekt. In 1935 richtten ze samen de NV Spar Centrale op,
die in Amsterdam werd gevestigd. Van Well bracht merknaam De Spar in en
kreeg daarvoor een percentage van de omzet en hij werd president-commissaris.
De grossiers vergaderden regelmatig en behalve de algemene belangen waren
ze net als in de rayons het meest op dreef als er over de inkoop werd
gesproken, al ging dat dan over grotere partijen: 185.000 blikken busgroenten,
25.000 busjes cacao, 50.000 kilo exquise zeep van Dobbelman en 7000 emmers
en dweilen. Ook werkten ze aan de gezamenlijke reclame, zoals die van
de serviezen, waarvan de consument er meer dan 30.000 stuks bij elkaar
spaarde. Zegels werden geïntroduceerd als antwoord op de prijskortingen
van de grootwinkelbedrijven. In 1934/35 kwamen landelijk de eerste produkten
onder de Sparnaam, zoals koffie, jam, bonbons en busgroenten. De vele
losse artikelen werden afgewogen en in papieren zakken verpakt met naam
en logo van De Spar erop.
Communicatie
Voor de communicatie en reclame werden diverse middelen ontwikkeld. Wekelijks
viel bij de klant de Spar Krant in de bus, rondgebracht door de actieve
kruideniers. Deze werd centraal geregeld maar per rayon konden de voordeelbonnen
ofwel aanbiedingen verschillen. Ook kon de winkelier op een lege ruimte
zijn eigen stempel zetten. Daarnaast bevatte de Krant diverse rubrieken,
een feuilleton, recepten, handwerkpatronen en raadgevingen over opvoeding
en huishouden. Oom Henk beantwoordde alle vragen van de jeugd, die wekelijks
de avonturen van Sparjongen Pé kon volgen.
Kruideniers kregen van hun grossier de Weekberichten, die op hun beurt
dagelijks Bulletins van de SparCentrale ontvingen. Vanaf maart 1936 viel
bij de winkeliers de Sparketting in de bus, een soort maandelijks handboek
waarin ze werden opgevoed tot Sparwinkeliers. Kernwoorden waren daarbij
winkel en vakbekwaamheid. De nadruk werd gelegd op een voorgevel met Sparnaam-
en logo. Cursussen etaleren en lakschrijven verschenen jarenlang en in
artikelen werd gehamerd op het verspreiden van de SparKrant en hoe de
klant benaderd moest worden. Inzicht in het eigen bedrijf was natuurlijk
slechts mogelijk met een goede boekhouding. De SparCentrale kwam vanaf
1938 zelfs met haar eigen boekhoudbureau.
Koning, keizer,
Het aantal takken aan de Sparreboom groeide tot 1939 uit tot zo'n 2200
stuks, inclusief aspirantleden. Het bleven echter zelfstandige winkeliers
die een groot deel van hun inkopen buiten de Spar bleven doen; in 1934
zou dat percentage boven de 90% hebben gelegen. Toch steeg de omzet van
de gezamenlijke grossiers van fl. 6,67 miljoen in 1935 naar fl. 7,7 miljoen
drie jaar later, en dat in een periode van economische malaise. Het leek
een jaar later erger te worden. Met de Duitse inval in Polen begon de
Tweede Wereldoorlog. Nederland dacht neutraal te blijven, net als in de
Eerste Wereldoorlog, maar er werd wel een uitgebreid distributiesysteem
opgezet, die na de bezetting in mei 1940 werd vervolmaakt. Koning Klant
verdween, de winkelier werd keizer. De zelfstandige winkelier was daarbij
in het voordeel boven de centraal geleide filiaalchef van het grootwinkelbedrijf.
Hij kon zijn winkeldochters opruimen, had grotere voorraden en wist overal
goederen te regelen en te ritselen. De consument wilde - het liefst in
de buurt- zo veel mogelijk kopen en de prachtige verder weg gelegen winkel
en reclame van het grootwinkelbedrijf deden er niet meer zo toe.
Oorlog
Tussen 1938 en 1943 steeg de omzet van De Spar met 70%. Dit wilde niet
zeggen dat de SparCentrale achterover kon leunen. Fabrikanten leverden
liever kleine partijen en waren weer afhankelijk van grondstoffentoewijzingen.
Veel surrogaten kwamen op de markt om de kooplust te bevredigen, maar
deze moesten continue worden gecontroleerd op kwaliteit. Importen kostten
veel hoofdbrekens. Daarnaast nam het aantal (overheids)organen toe, die
tot vele vergaderingen leidden. Zoveel mogelijk werd nog getracht reclame
te maken voor De Spar, ook toen onder meer de Sparketting en Krant wegens
papierschaarste het veld moesten ruimen. De grossiers hadden het ook buiten
de inkoop zwaar. Hun auto's werden gevorderd, paard en wagen hadden slechts
een actieradius van 20 kilometer per dag. Daardoor kon een aantal klanten
slecht of helemaal niet meer bevoorraad worden. In januari 1944 brandden
twee loodsen bij Van Well af, waarbij alle paarden omkwamen. Een geallieerd
bombardement legde het bedrijf van H. Holland te Roosendaal in puin en
ook een aantal winkeliers leed oorlogsschade.
Wederopbouw
Ook na de bevrijding in mei 1945 bleef de distributie bestaan en werd
heel langzaam afgebouwd om de economie in het gareel te houden. Het aantal
Sparkruideniers was door problemen met bevoorrading en natuurlijke sanering
achteruitgegaan: in 1947 waren er 1439 leden. Deze winkeliers waren echter
sterker uit de oorlog gekomen dan het grootwinkelbedrijf, maar de SparCentrale
benadrukte telkens weer dat de zelfstandige ondernemers hun mouwen moesten
opstropen voor de consument die langzaam weer Koning Klant werd. Reclame,
sparzegels en kwalitatief personeel moesten de klant ook in de toekomst
binden. Die toekomst zag er rooskleurig uit. Zelfs internationaal werd
De Spar opgericht. Maar de moderne tijd met haar vele veranderingen kondigde
zich aan. Niet voor niets kreeg oprichter Adriaan van Well bij het 20-jarig
bestaan van De Spar een heuse televisie aangeboden!
Slopen en bouwen
De Spar Zoetermeer groeide zo hard dat het terrein achter Dorpsstraat
178 veel te klein werd. De vrachtwagens werden almaar groter en konden
de draai in de poort bijna niet meer maken. Rond 1970 lukte het niet om
in Zoetermeer een geschikte plaats te vinden, in Zevenhuizen bleek dat
geen probleem. Drie jaar later werd daar een voor die tijd enorm pakhuis
in bedrijf genomen van 5500 m2. De Van Well-distributiecentra van Zoetermeer,
Loosduinen en Rotterdam werden daarin ondergebracht. In Zoetermeer verdwenen
in 1975 de oude pakhuizen en de woonhuizen met voormalige winkel aan de
Dorpsstraat, na vele jaren touwtrekken met de gemeente. Uiteindelijk mocht
een grote nieuwe Sparsupermarkt met parkeerterrein op de oude plek worden
gebouwd, die een jaar later op 23 juni door wethouder A. Nagtegaal feestelijk
werd geopend. Ook deze verhuisde weer, nu naar winkelcentrum De Vlieger
in Rokkeveen, en het winkelpand werd opnieuw gesloopt. Na wederom jaren
van overleg is anno 2006 de eerste paal de grond in gegaan voor de bouw
van een complex van winkels met woningen: de nieuwe oostpoort van de Dorpsstraat
aan het Lagereinde. Er was zelfs even sprake van dat in een van de winkels
een Spar zou worden gevestigd.
Fusie grossiers
Rond 1960 behoorde Spar tot de grootste levensmiddelenorganisaties in
Nederland met een marktaandeel van ruim 13%. Hoewel de meeste grossiers
succesvol waren in hun marktgebied en profiteerden van de toenemende welvaart,
onderkende men niet tijdig de noodzaak om de krachten te bundelen en op
nationaal niveau intensief met elkaar samen te werken, om zo een tegenwicht
te kunnen vormen tegen het oprukkende winkelbedrijf. Een mooi voorbeeld
waarbij een dergelijke samenwerking wel is geslaagd en tot zeer grote
successen heeft geleid is Spar Oostenrijk.
De oorspronkelijke 14 Spargrossiers waren typische familiebedrijven, waarbij
de mate van professionaliteit nogal eens te wensen overliet. In de jaren
1970 kwam derhalve een proces op gang, waarbij mindere succesvolle Spargrossiers
werden overgenomen door hun meer succesvolle collega grossiers. Kenmerkend
van de Sparorganisatie in die tijd was, dat een Spargrossier uitsluitend
Sparafnemers mocht bedienen in zijn eigen rayon. Expansie binnen Spar
was dan ook uitsluitend mogelijk door overname van collega Spargrossiers.
Dit proces van consolidatie leidde in de jaren 1980 tot drie Sparblokken,
VDB Verenigde Distributiebedrijven B.V. in Den Bosch met 8 Spargrossiers,
de firma van Well in Zevenhuizen met vier Spargrossiers en de firma Van
Silfhout te Amersfoort. Hoewel de gedachte reëel lijkt te veronderstellen
dat samenwerking tussen drie partners gemakkelijker is dan een landelijke
samenwerking met 14 partners, bleek het tegendeel waar. De Spar was in
de jaren 1980 dermate gepolitiseerd, met name tussen de twee grote machtsblokken,
dat samenwerken op landelijk niveau beperkt bleef tot het meest noodzakelijke:
het Spar eigenmerk, het Spar zegelsysteem, nationale reclamevoering en
de internationale contacten. Een bijkomend gevolg van deze polarisatie
en schaalvergroting was, dat de twee grote Spargrossiers alle noodzakelijke
kennis zelf in huis haalden, en de werkzaamheden van de Spar Centrale
steeds verder werden uitgehold.
Verschillende bedrijfsculturen
Medio 1985 verwierf Schuitema N.V., een grote concurrent voor de Spar
in de markt en zeer succesvol met haar formule C1000, de aandelen van
Spargrossier Van Well te Zevenhuizen. In 1987 verkocht Van Silfhout zijn
Spargrossierderij aan de tweede grote concurrent van Spar, Unigro te Houten,
welke organisatie destijds succesvol was met een aantal aansprekende marktformules.
In 1989 verwierf datzelfde Unigro ook de aandelen van Verenigde Distributiebedrijven
(VDB) in Den Bosch.
Begin jaren 1990 was derhalve de bizarre situatie ontstaan, dat de aandelen
van de B.V. Spar Centrale voor 100% in handen waren gekomen van haar twee
grootste concurrenten. Een complicerende factor was daarbij nog, dat beide
bedrijven Schuitema en Unigro niet bereid of in staat waren om ook maar
op een of andere wijze samen te werken, laat staan binnen de nationale
Sparorganisatie. Beide partijen lagen voortdurend met elkaar overhoop
in een aantal geruchtmakende processen over de onderlinge aandelenverhoudingen.
Ook waren de twee bedrijfsculturen totaal verschillend.
Spar heeft afgedaan
Dat deze situatie negatieve gevolgen had voor de ontwikkeling van de Sparorganisatie,
laat zich raden. Beide overnemende partijen bouwden de grote Sparvestigingen
in een hoog tempo om tot hun eigen marktformules, voor Spar resteerde
slechts de kleinere en meer onrendabele vestigingen. In 1999 bereikte
Spar het absolute dieptepunt met maar 160 Sparvestigingen in Nederland.
Voor het voortbestaan van Spar diende ernstig te worden gevreesd. Aangezien
Schuitema geen enkele Sparvestiging meer bezat, droeg zij in de jaren
1990 haar 30% belang in de B.V. Spar Centrale over aan Unigro, zodat de
Sparorganisatie voor het eerst in haar bestaan één eigenaar
had. Als gevolg van een grote fusie tussen Unigro en Vendex Food eind
jaren 1990 ontstond de tweede levensmiddelenorganisatie van Nederland,
na Albert Heijn. Die fusieorganisatie werd vervolgens getransformeerd
tot het Laurus-concern. In 2001 besloot Laurus tot een drastische strategische
wijziging, waarbij alle kleinere vestigingen werden afgestoten en Laurus
nog uitsluitend door zou gaan met haar grootste formule, Konmar. De ronduit
amateuristisch aandoende wijze waarop deze transformatie werd doorgevoerd,
heeft bijna tot het faillissement van Laurus geleid en tot de overname
door het Franse Casino.
Veilig onder de
vleugels van Sperwer
Nadat het bestuur van de Spar Detaillistenvereniging en het Spar Management
op de hoogte waren gesteld van de voorgenomen verkoop van Spar in 2001,
werd de Sparorganisatie verkoop klaar gemaakt en verzelfstandigd binnen
de Laurusorganisatie. Bij de verkoop van Spar deed zich echter de curieuze
situatie voor, dat in de individuele contracten tussen de Sparondernemers
enerzijds en de Sparorganisatie anderzijds, een bepaling was opgenomen,
waarbij de gezamenlijke Spardetaillisten de Sparorganisatie als eerste
konden verwerven. Aan de hand van volmachten van nagenoeg alle Sparondernemers
heeft de secretaris van de Spar Detaillistenvereniging, drs. W. van Woerden,
onderhandelingen gevoerd met een aantal partijen die in Spar waren geïnteresseerd.
Dankzij dit voorkeursrecht werden de aandelen van Spar begin 2002 verkocht
aan de Sperwerorganisatie in De Bilt, een coöperatieve vereniging
die samenwerkt met uitsluitend zelfstandige ondernemers, de grotere onder
de Plusformule en de kleinere onder de Garantformule. Tevens werd bedongen
dat de Spardetaillisten gezamenlijk 10% van de aandelen in Spar Holding
konden verwerven. De aansluiting daarmee tot de grootste inkoopcombinatie
van Nederland, Super Unie te Beesd, vormde de belangrijkste reden voor
aansluiting bij de Sperwergroep, naast het feit dat met Sperwer goede
afspraken omtrent de zelfstandigheid van Spar binnen de Sperwerorganisatie
konden worden gemaakt. En ook de bedrijfsculturen van beide organisaties
sloten naadloos op elkaar aan.
Marktleider
Sindsdien is Spar weer zeer succesvol op de Nederlandse markt. De zestig
Garantmarkten werden omgebouwd tot Spar, twee nieuwe moderne distributiecentra
werden geopend in Zevenbergen en Alkmaar en op dit moment levert Spar
weer aan circa 320 zelfstandige Sparondernemers. Met name de laatste jaren
werden talloze innovaties op allerlei terreinen doorgevoerd en werd gestart
met de ombouw van alle Sparwinkels op een nieuwe, aansprekende Sparformule.
Spar is inmiddels met afstand marktleider in haar segment van kleinere
en middelgrote supermarkten in Nederland en staat weer volop op de kaart.
Internationaal
Het succes van Spar Nederland bleef ook in het buitenland niet onopgemerkt.
Onder de bezielende leiding van de heren A. van Well en C. Willems Floet
werden talloze delegaties vanuit het buitenland in Nederland ontvangen.
Dit leidde ertoe dat in 1947 de Belgische organisatie werd opgericht,
in 1953 Spar Duitsland, in 1954 Denemarken en Oostenrijk en zo verder.
Aangezien de internationale expansie onmogelijk meer vanuit de Nederlandse
Sparorganisatie plaats kon vinden, werd in 1954 de Internationale Spar
Centrale opgericht in Amsterdam. Deze is nog steeds gevestigd aan het
Rokin. De internationale ontwikkeling mag ronduit stormachtig worden genoemd,
en heeft geleid tot de situatie waarbij begin 2007 circa 15.000 Sparondernemers
ter wereld zijn aangesloten in 35 landen, met een consumentenomzet van
ongeveer 29 miljard Euro.
|